⚜ de Biezenhutters
Niveau 1Niveau 2Niveau 3
🧭

Kompas

Een kompas wijst altijd naar het magnetisch noorden — ongeacht het weer, de tijd of of je de omgeving kent. Het is het meest betrouwbare navigatiehulpmiddel dat er bestaat, zolang je het goed gebruikt. En dat klinkt simpeler dan het is.

Onderdelen van een kompas leren kennen

Niveau 1
  • Basisbord (plaat): de doorzichtige rechthoekige ondergrond. Langs de zijkanten zitten centimetermarkeringen waarmee je op de kaart kunt meten.
  • Kompashuis: het ronde, draaibare gedeelte met de gradenverdeling (0–360°) en windrichtingen erop.
  • Naald: de metalen naald die altijd naar het magnetisch noorden wijst. Het gekleurde uiteinde (meestal rood of wit) wijst NOORD — onthoud dat goed.
  • Richtingspijl: de pijl op het basisbord die aangeeft in welke richting je wilt gaan lopen.
  • Oriëntatielijnen: de parallelle lijnen op de bodem van het kompashuis. Handig om uit te lijnen met de kaartlijnen.

De 8 windrichtingen

Niveau 1
  • Noord (N) — 0° of 360°
  • Noordoost (NO) — 45°
  • Oost (O) — 90°
  • Zuidoost (ZO) — 135°
  • Zuid (Z) — 180°
  • Zuidwest (ZW) — 225°
  • West (W) — 270°
  • Noordwest (NW) — 315°

Zelf een kompas maken

Niveau 1
  • Strijk een naald zo'n 50 keer in dezelfde richting over een magneet of over droog haar. De naald wordt dan zwak magnetisch.
  • Leg de naald op een stukje kurk of blaadje en drijf dat op water in een rustig bakje. De naald draait langzaam totdat hij naar het noorden wijst.
  • Dit werkt omdat de aarde zelf een grote magneet is. De naald legt zich parallel aan het magnetisch veld van de aarde.

16 windrichtingen en een richting schieten

Niveau 2
  • Naast de 8 basisdirecties ken je nu ook: NNO (22,5°), ONO (67,5°), OZO (112,5°), ZZO (157,5°), ZZW (202,5°), WZW (247,5°), WNW (292,5°) en NNW (337,5°).
  • Een richting 'schieten': draai het kompashuis zodat de gewenste graden voor de richtingspijl staan. Draai daarna je eigen lichaam totdat de kompasnaald exact boven de Noord-pijl in het kompashuis valt.
  • Kijk nu over de richtingspijl naar een vast punt in de verte — loop naar dat punt zonder nog naar het kompas te kijken. Kijk pas opnieuw als je een nieuw punt nodig hebt.

Noorden bepalen zonder kompas

Niveau 2
  • Horlogemethode (overdag, bewolkt): wijs de kleine wijzer van een analoog horloge naar de zon. Halveer de hoek tussen de kleine wijzer en 12 uur — die richting is het zuiden.
  • Poolster (nacht): zoek de Grote Beer, verleng de lijn door de twee buitenste sterren van de 'bak' vijf keer in de richting van de 'opening'. Daar hangt de Poolster — die staat altijd in het noorden.
  • Schaduwstok: plant een rechte stok in de grond. Markeer de tip van de schaduw. Wacht 15–20 minuten en markeer opnieuw. De lijn van het eerste naar het tweede punt wijst ruwweg naar het oosten.
  • Mos en mieren: mos groeit vaker aan de noord- of westzijde van bomen (minder zon). Mierenhopen zitten vaak aan de zuidkant (warmer). Gebruik dit alleen als grove indicatie, nooit als enige aanwijzing.

Declinatie, inclinatie en deviatie

Niveau 3
  • Declinatie: het verschil tussen het geografisch noorden (de bovenkant van je kaart) en het magnetisch noorden (waar je naald naartoe wijst). In Nederland is dit momenteel ongeveer 2° oost — klein, maar bij een tocht van meerdere kilometers loop je daardoor toch meters van je koers af.
  • Inclinatie: de kompasnaald wil niet alleen horizontaal draaien, maar ook omlaag duiken richting de aardpool. Kompassen worden voor een specifiek deel van de wereld gebalanceerd — een Europees kompas werkt slechter op het zuidelijk halfrond.
  • Deviatie: metalen objecten in de buurt van het kompas trekken de naald uit koers. Zorg dat je kompas minstens 30 cm uit de buurt is van je telefoon, rits, gsm, fietsframe of hoogspanningsleiding.

💡 Tips & aandachtspunten

  • Houd het kompas zo horizontaal mogelijk. Als het schuin hangt, schaaft de naald langs het huis en krijg je een onbetrouwbare meting.
  • Loop nooit met je ogen op het kompas gericht. Stel de richting in, zoek een vast punt in de verte op de goede richting en loop daarheen.
  • Check regelmatig of je naald nog vrij beweegt. In de kou of bij een ouder kompas kan het huis iets krimpen.
  • Controleer altijd welk uiteinde van de naald noord is. Op sommige goedkope kompassen is de markering niet duidelijk.